*** De foto's van de reünie op 4 oktober 2008 van de fam. Broekroelofs uit Radewijk zijn te vinden onder Foto's 2008 ***

Het Fiegenbaum Familie Logo

Hieronder staat een vertaling van de tekst,
welke ik vond tijdens de zoektocht naar gegevens over de familie Broekroelofs.

Johann (Wilhelm) Heinrich Weitkamp was getrouwd met Anna Elisabeth Fiegenbaum.
Via deze naam kwam ik bij onderstaand verhaal:




Een tekening van onze naam

Deze tekening is een simpele grafische interpretatie van de naam Fiegenbaum.
Zoals Dr. Günther Fiegenbaum, uit Lüneburg, Duitsland heeft aangegeven bevat het een aantal belangrijke elementen van de oude boeren familieplaats aan Hölter 11 in Ladbergen, Duitsland.
De halfhouten constructies komen veel voor in de regio Westfalen en Ladbergen heeft nog steeds fraaie voorbeelden van deze architectonische steil.
Een aantal Fiegenbaum-mannen was timmerman en ze zullen hun inkomen uit de landbouw waarschijnlijk wel hebben aangevuld door het bouwen van huizen, molens en schuren.
De ruimtes tussen het hout werden soms opgevuld met gemetselde stenen, soms met twijgen en klei.
In Ladbergen, werden de twijgen van de vuilboom of sprokkelhout (in het lokale plattdeutsch bekend als Spriäkeln-Wände) of elzen, geoogst van de hagen, gebruikt voor een sterke geweven constructie.
Deze stevige vlechtwerkconstructie werd vervolgens bedekt met een laag klei.
De huizen van onze tekening zijn prachtig gewit. Het riet voor de daken komt waarschijnlijk uit de moerassige gebieden dicht bij de Fiegenbaum Hof.
De boerenplaats aan Hölter 11 had twee woonruimtes. The Heuerhaus is de grootste van de twee en zal het thuis geweest zijn van de hoofdfamilie. De Leibzucht, of “seniorenhuisje”, aan de rechterzijde, zal van een ouder paar geweest zijn, misschien de gepensioneerde ouders van de bewoner van het Heuerhaus.

Elk gebouw was een combinatie van woonhuis en schuur. De grote deur (Niendüöre) zoals we zien in de kopgevel van het woongedeelte in onze tekening heeft de toegang gegeven tot een grote open ruimte die door het midden over de lengte van het schuurgedeelte van de constructie liep. Dit was de deel (Diele). Links en rechts waren de stallen voor de veestapel. Boven deze hele sectie bevond zich de hooizolder, de hilde (Hiele). De ongetrouwde knechten sliepen hier doorgaans.
Helemaal achterin het gebouw was het woongedeelte. De exacte indeling zal gevarieerd geweest zijn, afhankelijk van de grootte van het gebouw, de grootte van het gezin en de financiële middelen van de familie, maar de basiskenmerken zullen hetzelfde geweest zijn in heel Ladbergen.

Het belangrijkste woongedeelte is een grote ruimte over de gehele breedte van het gebouw en het had een open verbinding naar de stal. De haard was het middelpunt van de kamer, tegenover de opening naar de dorsvloer. Een grote ijzeren plaat hing aan de muur, een ijzeren rooster op de vloer was de open haard. De rook vond zijn eigen manier om naar buiten te komen via de deuren of openingen in het dak. De ramen in de leefruimte waren vaak klein en niet open. Schoorstenen waren niet verplicht tot aan de gemeenschappelijke regelgeving door de overheid in de 1890-er jaren.
Het koken gebeurde op de open haard, die constant brandde. De brandstof in Ladbergen was bijna uitsluitend hout of turf. Het hout was afkomstig van de stammen en takken geoogst uit de heggen en de turf werd uitgegraven uit het moeras van Ladbergen, op de grens met Kattenvenne. In de tweede helft van de 19e eeuw, werd dit grotendeels vervangen door de meer traditionele brandstof, steenkool uit een mijn in Ibbenbüren.
Ook zal er een grote tafel in deze kamer geweest zijn voor de voorbereiding en het eten van maaltijden. Een hoek van de kamer was doorgaans gereserveerd voor baden en wassen; misschien een wastafel en een emmer. Tegen de muur, of soms gedeeltelijk in de grote opening naar de stal, zouden er één of twee bedsteden (Duddige) geweest zijn. Dit waren vrijstaande houten bedcompartimenten, zoiets als een kledingkast, die kon worden afgesloten met een schuifdeur of gordijnen. Mensen sliepen vaak met z’n tweeën in een bed voor de warmte.
Naast deze grote kamer, helemaal aan het eind van het gebouw, zou een aantal kleinere kamers zijn geweest. Eentje, meestal net achter de haard, was bedoeld voor het spinnen en weven. Veel boerengezinnen in Westfalen verbouwden vlas en sponnen en weefden linnen. Het was een van de weinig beschikbare middelen voor het sparen van de contant te betalen belastingen en huur, de aankoop van goederen en materialen die de familie niet zelf kon maken, en de aanschaf van een certificaat van de vrijheid van de eigenaar om te verhuizen uit de boerderij. Als het mogelijk was, zou er een ijzeren kachel geïnstalleerd zijn om warmte te geven in de winteravonden als de gehele familie was verzameld.

Ook zal er aan deze kant van het huis een ondiepe kelder zijn geweest. Hierboven op een verhoging met ongeveer 6 tot 8 stappen zal een kleine kamer (Upkammer, of Aufkammer) geweest zijn en deze werd gebruikt als slaapkamer. Afhankelijk van de grootte van het gebouw, zouden er één of twee extra kamers geweest kunnen zijn voor meer weefgetouwen, of werden deze gebruikt voor opslag.
Aan de linkerkant van de Heuerhaus in onze tekening, is een Immeshuer, of het bijen huis. Dit open schuurtje bood bescherming aan de honingbij. Het oudst bestaande document waarop de naam Ladbergen staat vermeld, is geschreven in ongeveer AD 950, gegevens over de belastingen te wijten aan het klooster van Freckenhorst in de buurt van Warendorf. Honing is een aantal malen genoemd. Bijenteelt was wijd verspreid in Ladbergen, en het dorp stond hier lange tijd bekend om. Honing was eeuwenlang een belangrijk inkomen. Toen Ladbergen een onafhankelijke entiteit werd in 1949, stemden de burgers in, dat honingbijen prominent op het nieuwe gemeente wapen zouden prijken.
Rond het erf van de boerderij is een haag. Het is een beetje groter getekend dan op ware schaal, maar het geeft een juiste indruk weer van de bescherming van de boerderij voor elementen van buiten. De opgeworpen aarden heuvel werd beplant met regelmatige tussenpozen “Koppstuken”, meestal eik en wilg. De takken werden om de paar jaar gesnoeid en omdat de bomen nooit erg hoog werden, was het een verwrongen gezicht. Tussendoor groeide de kleinere vegetatie - berk, meidoorn, els, jeneverbes en de bremstruik. Deze soorten werden ook regelmatig geoogst. Het resultaat was een verwilderde mat met relatief nieuwe aangroei, een heel effectieve afrastering.
Elk van de twee gaten in de haagplanten worden bewaakt door een Schlagbaum (hek). Er wordt verondersteld dat een dergelijke structuur kan de basis vormen van een deel van de Fiegenbaum naam.
De bloemen aan de voorkant van de tekening zijn van de vlas plant, een belangrijk gewas wat zorgt voor contant inkomen voor de Ladberger boeren. Veel huishoudens besteedden veel tijd en energie in het bijzonder in de vrijetijd ’s avonds in het vervaardigen van draad en linnen doek, met name vanaf de late herfst tot het voorjaar. Doek, wat niet verkocht werd bij de Legge, het regeringshandelshuis in Tecklenburg, werd gebruikt voor de betaling van de lonen van de boerenarbeiders. En een jonge vrouw die haar hoop kist nog niet gevuld had met het door haar zelf gemaakte linnen had veel uit te leggen.
De vervaardiging van linnen was ook een sociale aangelegenheid. Het gezin verzamelde zich ‘s avonds in de Spinhuiskamer achter de haard. Vaak kwamen er vrienden en buren bij. Nieuws en roddels werden uitgewisseld. Een goede verhalenverteller was altijd welkom. En sommigen in de kamer zouden slagen om zelf in een kleine hof terecht te komen.
De linnen industrie werd ernstig beschadigd door het Continentaal Embargo tijdens de Napoleontische Oorlogen. Concurrentie uit Nederland en Engeland, met name door grote commerciële operaties welke gebruik te maakten van machtige weefgetouwen, bedreigden de markt en de prijzen werden uitgehold. Katoen kwam ook in opmars. Het verlies van deze bron van inkomsten in het begin van 1800, veroorzaakte aanzienlijke problemen. Veel families in Ladbergen en het noordwesten van Duitsland konden niet rondkomen van de landbouw alleen. Deze financiële overwegingen waren een belangrijke impuls voor de emigratie in de 19e eeuw.

Bronnen
Dr. Günther Fiegenbaum deelt de tekening van Heyno Beddig met ons en voorziet ons met een uitleg van de betekenis ervan.
Voor de geschiedenis van Ladbergen en de omliggende regio, verwijzen wij u naar deze twee teksten:

Friedrich Saatkamp. Ladbergen: Out of the History and the Present of the 1000-Year Westphalian Village. Dean R. Hoge, translator & editor. New Knoxville, OH: New Knoxville Historical Society, 1985. This is a translated and revised version of Friedrich Saatkamp, Ladbergen: Aus Geschichte und Gegenwart des 1000-jährigen westfälischen Dorfes. 2. Auflage (Ladbergen (Westfalen): Heimatverein Ladbergen, 1975.
Heinrich Stork. Ladbergen: "Land un Lüe." Beiträge zur Geschichte des tausendjährigen Dorfes Ladbergen. Norwalde: Schmitz Druck & Verlag, 1992.

Klik op deze link voor de website van de familie Fiegenbaum

*** In een uithoek van ons landje, Aan de grens van 't Duitse rijk. Daar ligt een stil en eenzaam plaatsje, 't Is de buurtschap Radewijk. Schatten zijn er niet te vinden, nijpend armoe evenmin. Maar eendrachtig samenwerken, Met een opgeruimde zin. Maar al is het stil en eenzaam, Op uw wei en bruine hei. Nochtans minden wij u teder, Wij gevoelen ons hier vrij. Nimmer zullen w'u vergeten, Uwe weiden en uw beek. Wij zullen Radewijk steeds roemen, Boven elke hemelstreek. ***

© 2008 Henk Gerrits